Papa pent…

Jonge vader van vier kinderen over de leukste rol van zijn leven

mei 4, 2014
door Stefan Wijnberg
2 reacties

Onmeetbaar plezier

stefan en niekHet meetlint en mijn oudste zoon Niek (10) leveren al ruim twee jaar een intensieve strijd met elkaar, waarbij laatstgenoemde tot enkele dagen geleden consequent aan het kortste eind trekt. De inzet van het gevecht om de centimeters: vrije toegang tot alle achtbanen van Walibi.

De horror van het Sprookjesbos
Vandaag is het dan eindelijk zover en rijd ik met Niek naar Biddinghuizen om zijn pasverworven 140 centimeter te vieren met een paar dolle ritjes in de achtbaan. Onderweg denk ik terug aan een van de eerste bezoekjes met hem aan de Efteling toen hij nog een jaar of 5 was. Daar ging hij volledig door het lint bij het zien van een ridder in het Sprookjesbos: “Hellup, hellup, hellup!”, aldus onze held op sokken die we door het feeërieke landschap moeten dragen terwijl allerlei mensen ons met argusogen aankijken of we dat arme kind wellicht aan het ontvoeren zijn.  Zelfs het tafereel van Roodkapje is dankzij de aanwezigheid van de Boze Wolf in het bed niet aan Niek besteed “Ik heb het allang gezien en ik wil hier acuut weg”, is zijn veelzeggende respons als wij hem het huisje aanwijzen. Zijn oordeel staat vast: het Sprookjesbos is een horrorbos.

Spanning
In vijf jaar tijd kan er veel veranderen. Van overleven in het Sprookjesbos naar rondrazen in snelle achtbanen. Toch merk ik wanneer we de parkeerplaats van Walibi oprijden dat de spanning bij Niek zichtbaar is toegenomen. Spanning die al snel omslaat in lichte paniek in de eerste attractie: de Xpress. Voordat je in de daadwerkelijke achtbaan belandt moet je in deze attractie eerst een stel pikdonkere gangen trotseren. Niek loopt vlak voor me de hoek om en blijft opeens stokstijf staan als er een helder licht verschijnt en er keihard het geluid van een aanstormende trein door het vertrek klinkt. Suspense in de vroege ochtend kan Niek duidelijk niet bekoren. Als een stuk opgejaagd wild vliegt hij in razend tempo de resterende gangen door op zoek naar de uitgang. Die uitgang is dus een achtbaan waarbij je als een soort katapult vanuit horizontale positie de baan in wordt geslingerd. Wanneer we na een paar minuten uitstappen en ik zijn kant opkijk vraag ik me opeens af of hij nog steeds zo blij is met zijn huidige lengte.

Goliath
Keerpunt deze dag is een ritje in de Goliath, die ik persoonlijk de mooiste achtbaan van Nederland vind. Onderweg er naartoe slaat de twijfel toe bij Niek. “Uhhh, moet je hiervoor niet 1 meter 50 zijn papa?”, zegt hij eerst nog vrij laconiek. Wanneer ik hem vertel dat hij groot genoeg is, moet ik hem eerst nog een paar keer verzekeren dat er toch echt geen verborgen loopings en kurkentrekkers in deze snelheidsduivel zitten. “Nee, je kunt er echt niet uitvallen schatje.” Uiteindelijk gaat hij overstag als ik hem benadruk hoe leuk hij het gaat vinden en dat het logisch is dat hij het spannend vindt. Ik wil koste wat het kost voorkomen dat hij straks spijt krijgt nu hij er zo lang naar heeft uitgekeken. Na een woeste rit met de Goliath durf ik haast zijn kant niet op te kijken. Gelukkig krijg ik naast een lijkbleek gezicht een stralende lach te zien en klinkt er nog voor we stilstaan: “Nog een keer!”

De rest van de dag slaan we geen attractie over en vliegen we ontelbaar vaak met elkaar over de kop in achtbanen en een in permanente staat van looping verkerende bank, laten we ons een meter of 60 in de lucht schieten, sjezen we over de Wildwaterbaan en keren we keer op keer weer terug naar de Goliath. Een meer dan geslaagde dag, zo vindt ook Niek getuige zijn eerste woorden als we weer in de auto zitten. “Volgende week weer?”

mei 3, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

Blij dat ik rij

Sten in de treinWat krijg je als je iemand die gek is op alles dat wielen heeft voor het eerst meeneemt in een trein? Het antwoord op dit sociale experiment wordt deze zaterdagochtend al snel duidelijk wanneer mijn zoon Sten (2) in de verte de trein ziet aankomen. Extatisch is nog een understatement. Als een volleerd stadionspeaker brult hij als een dolle “Trein, trein, trein!!!” bij het zien van het geelblauwe wonder op wielen.

Autoalarm
Nu moet je over Sten twee dingen weten: 1. Hij is nogal enthousiast over de meeste dingen. 2. Hij deelt zijn enthousiasme graag met anderen. Met name bij het zien van auto’s gaat ie compleet los. En dat geldt overigens voor iedere auto die hij ziet, of ze nu rijden of geparkeerd staan. Een auto is een auto is zijn optiek. Bij de snackbar was ik onlangs zo handig om een automagazine open te slaan terwijl Sten bij me op schoot zat. Ik denk dat hij zonder overdrijven ongeveer honderd keer vol passie de volzinnen “Een auto papa!”, “Nog een auto papa!”, en “He, nog eentje!” (kei)hardop heeft uitgesproken. “Is ie altijd zo blij?” vraagt een man tegenover me met een glimlach. “Uh, eigenlijk wel ja. Zeker wanneer hij een auto ziet…” Zijn enthousiasme werkt gelukkig op de meeste mensen bijzondere aanstekelijk (het feit dat hij er stralend bij lacht zal vast helpen…)

Een spoor van ongeremde bezieling
Zo ook deze zaterdag op het perron waar dankzij mijn 2-jarige blijhoofd niemand de komst van de trein kan zijn ontgaan. De treinrit zelf is een regelrecht feestje voor Sten. In sneltreinvaart passeren we auto’s, traktors, graafmachines, paarden, schapen, koeien, vogels, andere treinen, kanalen, flatgebouwen, lantaarnpalen en grasvelden en alles wordt voorzien van evenveel geestdriftig commentaar van mijn 2-jarige verbale stuiterbal. “Ohhhh, een vogel, een vogel. Kijk een graafmachine papa. Jaaaa, een vrachtwagen!”. Afwisseling genoeg in zo’n trein. Gelukkig kunnen de meeste medepassagiers zijn bevlogenheid wel waarderen. Een stiltecoupé behoort de komende tijd echter niet tot de mogelijkheden vrees ik…

Wanneer ik mijn dochter Elin (4) tegenover me vraag of ze het leuk vindt in de trein gooit Sten er nog voor haar lippen bewegen een “Jaaaaaaaa!” uit.

Na een half uurtje komen we op de plaats van bestemming aan: Hengelo, waar we al snel ontdekken dat het besluit om geen buggy’s mee te slepen in de trein een keerzijde heeft met vier kinderen van wie drie jong. Maakt dat ons iets uit? Absoluut niet. Als je ziet hoe ontzettend blij Sten wordt van het sjezen met een trein dan kan ik vandaag maar tot 1 conclusie komen: de reis is daadwerkelijk belangrijker dan de bestemming.

april 27, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

Hardlopen in Enschede

Finish in EnschedeRuim een half jaar na de marathon in Amsterdam trek ik deze zondagochtend en -middag de stoute schoenen aan voor mijn tweede marathon. Het strijdtoneel is deze keer Enschede, praktisch om de hoek. Nu kan ik vertellen dat het lopen deze dag geweldig gaat. Daar is geen woord aan gelogen. Ook kan ik vertellen dat het weer geweldig is. Dat is iets minder waar, hoewel een kleine vier uur regen op je kop nog altijd beter is dan urenlang als niet-Keniaan wegschroeien in een alles verzengende hitte.

Wat me echter het meeste bijblijft van deze dag zijn toch vooral de mensen die niet rennen. Niet alleen de vrijwilligers die de die straten afzetten, geblesseerden verzorgen en de hardlopers van eten en drinken voorzien maken indruk. Ook de honderden mensen die zich in de stromende regen langs het parcours opstellen verdienen diep respect. Ik heb deze hele dag met een lach van oor tot oor rondgelopen door het fanatisme en het enthousiasme van het publiek in Enschede, Lonnneker en Glanerbrug. Van kinderen die rijendik klaphandjes uitdelen, tot senioren met vlaggetjes en zelfs hele feesttenten waar de mensen er met de benen uithangen en die compleet uit hun dak gaan voor iedereen die hen passeert. Lopen op zichzelf is al geweldig, lopen in zo’n entourage is een feestje. Een diepe buiging voor iedereen die van 42 kilometer zwoegen 42 kilometer genieten heeft weten te maken. Volgend jaar weer!

april 9, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

Wortels


Dit aandoenlijke filmpje verschijnt vandaag in mijn Facebook timeline en ik heb meteen moeite een lach te onderdrukken. Los van de olijke reactie van dit mannetje moet ik namelijk  instinctief aan een wortel denken. Ja, je hoort het goed. Een wortel. Iedere keer als iemand vertelt dat er een baby op komst is, verschijnt er een oranje waas voor mijn ogen die al snel de vorm van een wortel aanneemt. De reden voor deze tamelijk idiote associatie is tien jaar oud, luistert (meestal) naar de naam Niek en is mijn oudste zoon.

Haat-liefde
Niek heeft een haat-liefde verhouding met eten, waarbij de verhouding ongeveer neerkomt op 9 staat tot 10 in het voordeel van de haat. Los van de vier p’s (pannenkoeken, patat, poffertjes en pasta) is warm eten in zijn ogen noodzakelijk kwaad. Zijn methoden om onder de dagelijkse warme hap uit te komen, zijn in de loop der jaren steeds onnavolgbaarder geworden. Waar hij als klein mannetje nog allerlei pijntjes veinst – “Ik kan niet eten, want ik heb een zere duim” –  gooit hij het in de jaren erna op de ontkenningstoer. “Is het zo op?”, vraagt hij dan steevast terwijl het halve bord nog vol ligt. Nu hij zo’n anderhalf jaar contactlenzen heeft, komt hij met die truc ook niet meer weg.

De grote verdwijntruc
Zijn jongste anti-eet methode spot met alle wetten van de natuurkunde. Hij probeert namelijk tamelijk opzichtig eten IN het bord te prakken. Doel is klaarblijkelijk om een flinterdun laagje eten te verspreiden over het hele bord zodat het op lijkt. Daarnaast wil er ook nog wel eens – lees altijd – eten per ongeluk over de rand van het bord verdwijnen…

Geste
Overigens probeert Niek bij wijze van geste richting mijn vrouw en ondergetekende toch regelmatig op zijn manier een complimentje uit te delen over het eten. Dan eet je bijvoorbeeld pasta met spinazie, pijnboompitjes, gehakt, tomaatjes en paprika en dan luidt zijn oordeel: “Ik vind het heel lekker mam, alleen de spinazie en de tomaatjes vind ik niet zo lekker. En mag ik de paprika en die nootjes laten liggen?”

Oneetbaar
Het mag kortom duidelijk zijn dat warm eten niet aan Niek is besteed en het oordeel vaak uitkomt tussen niet zo heel erg lekker tot ronduit smerig. Er is echter een ding in zijn ogen dat nog erger is dan smerig en simpelweg oneetbaar is. Je raadt het al: de wortel. Bij de aanblik van die oranje rakkers breekt hem het angstzweet al uit. De enige manier om een wortel te kunnen eten is door hem in zestien stukken te snijden en dan iedere minuscule hap te bedelven onder een absurde laag appelmoes.

Blijde nieuws
Dat kinderen bijzonder kunnen reageren op ongrijpbaar nieuws zoals de komst van een broertje of zusje verbaast me niks. Vijf jaar geleden zitten mijn vrouw en ik met de dan 5-jarige Niek aan de eettafel. Mijn vrouw en ik kijken elkaar veelbetekenend aan en kijken dan samen naar Niek. Mijn vrouw zoekt naar woorden om het grote blijde nieuws aan hem te vertellen. “Niek, je krijgt een broertje of een zusje”, klinkt het dan. Nieks blik wisselt van mij naar mijn vrouw. Je ziet het borrelen in zijn hoofd. Hoe reageer je op zo’n bericht? Opeens gaat zijn mond open en vliegen de sindsdien legendarische woorden over de tafel: “Mag ik nog wat wortels?”…

april 7, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

Knuffelstress

Het lijkt zo’n vrolijk stel, die pluche knuffels bovenaan dit blog. Schijnt bedriegt. Stuk voor stuk hebben deze op het oog onschuldige knuffels mij meer dan eens het bloed onder de nagels vandaan gehaald. Het zijn namelijk niet zomaar knuffels, het zijn de lievelingsknuffels van mijn kinderen. Wat betekent dat ze dus onmisbaar zijn. Een onvindbare lievelingsknuffel staat gelijk aan een ontroostbaar kind. Een ontroostbaar kind staat gelijk aan stress. Niet aflatende stress, alleen op te heffen door de vermiste knuffel boven water te krijgen.

De Beer
Aangezien het noodlot en ondergetekende onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, komt het nogal eens dat ik een uitgebreide search en rescue moet houden voor een van de vermisten. Gelukkig is mijn oudste zoon Niek (10) inmiddels al geruime tijd uit de knuffels en heb ik een verdachte minder om in de gaten te houden. In de jaren ervoor heb ik ook met dank aan zijn favoriete knuffel – De Beer (want beer) – de nodige stressmomenten gekend. Zo heb ik meerdere keren heuse taxiritjes verzorgd speciaal voor deze vrolijke knuffel, omdat zoonlief graag bij oma wil logeren, maar dan toch echt niet zonder De Beer kan. Voelt knap lullig kan ik je vertellen als de enige passagier in je auto een pluchen knuffel met een jas aan is.

Na de geboorte van mijn eerste dochter Elin (4) werd De Beer het meest gewilde object van diezelfde dochter. En dan krijg je dus met enige regelmaat een scene waarin je dochter met de grootste lol van de wereld de rekbaarheid van De Beer uitprobeert, terwijl haar grote broer met een brok in zijn keel het tafereel aanschouwt. Te jong om het geheel aan zich voorbij te laten gaan en oud genoeg om te beseffen dat de beer wel eens onherstelbare schade kan oplopen als je hem uit de klauwen van je jonge zusje probeert te grissen.

De Blauwe
Elins eigen favoriete knuffel – De Blauwe (want voornamelijk blauw) – zorgt al net zo vaak voor stress. Deze kleine blauwe giraf op een lapje is niets minder dan heilig in haar ogen. Toen ik afgelopen maand voor de grap het girafje uit haar handen griste en zij alleen met het lapje achterbleef, kon zij hier de humor dan ook niet bepaald van inzien. Tranen met tuiten is wellicht nog te zacht uitgedrukt. Totale paniek komt meer in de buurt. Het is dat superlijm wonderen doet anders zou een priemende blik me nu nog dagelijks ten deel vallen.

Diezelfde Blauwe heeft overigens sinds kort een reisverbod na een hachelijk avontuurtje in de plaatselijke Albert Heijn. Om een lang verhaal kort te houden: dochter gaat met knuffel in supermarkt en komt eruit zonder. Gevolg: paniek! Gezinsbreed. De hele supermarkt heb ik van gangpad tot gangpad doorzocht, maar om met mijn vrouw te spreken ben ik als man zijnde per definitie beter in zoeken dan vinden. Ten einde raad heb ik maar mijn telefoonnummer achtergelaten bij de servicebalie nadat mijn zoekoperatie inderdaad niets opleverde. Het uiteindelijke telefoontje – De knuffel van je dochter is gevonden in het snoepvak (uiteraard) – staat in de top 3 van meest bevrijdende telefoongesprekken.

Muf
Mijn jongste zoon Sten (2) spant met zijn knuffel Muf (want nogal muf) echter de kroon op stressgebied. Vrijwel elke avond is dat beest kwijt. Elke avond. En laat het nu ironisch gezien diezelfde Sten zijn die dagelijks verantwoordelijk is voor de vermissing van zijn beste vriend. Iedere avond moet ik hier het hele huis op de kop zetten om die knuffel terug te vinden. Soms vind ik hem binnen een paar minuten, vaak duurt het langer en heel af en toe vind ik hem gewoonweg niet. Zoals deze week. Waar ik ook kijk, waar ik ook zoek, zijn knuffel blijft onvindbaar. Na een zoektocht van meer dan een uur geef ik het op, waarbij ik het geluk heb dat Sten van pure vermoeidheid in slaap is gevallen. Pas de volgende dag vind ik Muf terug, in het bed van Elin waar ik hem klaarblijkelijk zelf per ongeluk heb neergelegd. De opluchting op het gezicht van Sten is ontwapenend. Hij is oprecht zielsgelukkig dat zijn knuffel weer terecht is. Even later hoor ik hem met zijn karakteristieke piepstemmetje tegen zijn knuffel zeggen: “Muf, ben je nog mijn vriend? Jaaaaaaa, mijn vriendje Muf!” Dat soort momenten is wat mij betreft tekenend. Hoeveel stress die knuffels ook opleveren en hoe vaak je hun fictieve bloed ook kunt drinken, als je ziet hoe blij je kinderen er van worden neem je de ellende van het continu zoeken naar die beesten nog voor lief ook. Zoektips zijn desalniettemin meer dan welkom…

maart 19, 2014
door Stefan Wijnberg
2 reacties

Opkomen voor snoep

De opkomst voor de gemeenteraadsverkiezingen is zoals het er nu naar uitziet met 53 procent wederom dramatisch. Niet onverwacht, wel onvoorstelbaar natuurlijk. Ok, ik moet toegeven dat de lokale politiek momenteel ook wat aan me voorbijgaat. Een scan van de belangrijkste partijstandpunten levert vooral dooddoeners op als “Wonen, leven en spelen in een veilige buurt willen we toch allemaal?”  Tja… Daarom gisteren maar een lokale stemwijzer ingevuld om toch een keuze te kunnen maken.

Vanavond rond een uur of zes vraag ik de kinderen of ze het misschien leuk vinden mee te gaan. Jong geleerd enzo. Mijn dochter van vier maakt meteen een vreugdesprongetje, zwaar overdreven “Jaaaaaaa!” schreeuwend. Nu vindt ze het doorgaans altijd wel leuk om op stap te gaan, maar dit enthousiasme wekt argwaan.

Eenmaal buiten, blijkt al snel dat haar geestdrift niks heeft te maken met een voorliefde voor lokale politiek. “Ik wil nu graag een koekje”, zegt ze vastbesloten. Natuurlijk, ik had het kunnen weten. Eerder deze dag was ze al met mijn vrouw naar het stembureau geweest. Ze weet dus heel goed wat er allemaal te kiezen is vandaag…

Eenmaal in het stembureau – leeg op dat moment – keurt ze de stembus, de hokjes en zelfs het rode potlood geen blik waardig. Het enige wat ze ziet is dé zak met snoepjes en koekjes. Inmiddels heeft ook mijn zoontje de snoepzak in de smiezen en klinkt het onvermijdelijke “koekie, koekie”, al snel uit de buggy. Terwijl de jeugdbende de buit verdeelt, besluit ik de kieskleurplaat zelf maar in te vullen.

Terwijl ik met de buggy weer naar buiten rijd, tikt mijn dochter me vastberaden tegen mijn been. “Wanneer gaan we weer?”

Eén simpele zak snoep en mijn gemeente heeft er ineens drie stemfans bij. Denk dat ik ze op deze manier over twee maanden zelfs wel warm kan krijgen voor Europa…

maart 15, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

Ontmoeten

Flexwerken in Bibliotheek Hengelo is geen straf

Flexwerken in Bibliotheek Hengelo is geen straf

Toeval of niet, precies een week na mijn vorige bibliotheekbezoek, ben ik weer in een bibliotheek te vinden: in die van Hengelo deze keer. Alleen nu niet voor boeken.  In de coffeecorner van de bibliotheek – Coffeestar – ben ik deze ochtend aan het werk. Mijn zoon van 10 is even verderop zes uur non-stop aan het schaken op een Overijssels schaaktoernooi. Hij vergeeft het me overigens dat ik daar niet de volledige zes uur bij aanwezig ben.

Ongedwongen ontmoeten
Ik zit hier toevallig precies een dag nadat de directeur van de Hengelose bibliotheek op de regionale tv vertelt over waarom het hier zo goed loopt. De bibliotheek is volgens hem niet alleen een grote ruilbeurs voor boeken, maar ook een plek waar je andere mensen in een ongedwongen setting kunt ontmoeten. Klinkt leuk en aardig.  Ik zie dat soort zinnetjes vaak genoeg in mijn werk voor bibliotheken voorbijschieten.  Doet het goed op papier en klinkt ook niet onaardig op tv…

Gebrabbel
Terwijl ik bezig ben met een redactieklusje, zie ik in mijn ooghoek een kleine gedaante verschijnen waar bovendien geluid uitkomt. Snel afgeleid als ik ben, kijk ik op van mijn scherm en zie ik dat een olijk ventje van een jaar of anderhalf vol overgave woorden op me afvuurt. Nu moet je weten, rond die leeftijd zijn het vaak uitsluitend de ouders die iets van het gebrabbel van hun kroost kunnen maken en doorgaans als tolk fungeren. De vertaalster blijkt deze ochtend echter buiten dienst en houdt het bij een vriendelijke glimlach. Het jongetje gaat in razend tempo door en ik glimlach ook maar eens naar hem. Is het minste wat ie verdient voor z’n inzet.

Verstaanbaar, maar…
De broer van de brabbelaar voegt zich gelukkig even later bij ons. Ik besluit meteen maar een superintelligente vraag op hem af te vuren. “Gaan jullie lekker naar de bibliotheek?” Terwijl ik – het jongentje van het vorige bibliotheekbezoek in mijn achterhoofd – al bijna verwacht dat ik voor gek word versleten, blijkt het gelukkig dat ze inderdaad nog moeten.  “Eerst gaan we wat drinken.”  Oef, deze jongen kan ik verstaan. Terwijl zijn jonge broertje nog steeds een ongecontroleerde klankwaterval over me uitstort, vertelt de oudste dat hij bijna 5 jaar wordt: op 1 maart. Ok, hij kan dus Nederlands maar is nog aan het oefenen met cijfers en data. Dat, of zijn perceptie van tijd verschilt iets met dat van mij. Ik vertel hem maar dat ik op 5 maart jarig ben en vraag hem voorzichtig of het niet zo is dat hij net jarig is geweest. “Ik ben over tien dagen jarig”,  zegt ie dan opeens om niet veel later eraan toe te voegen dat dit dus aankomende woensdag is.  “Uhh, leuk dat je binnenkort jarig bent”, lijkt me het handigste antwoord. De consensus is bereikt: ook de brabbelbroer is bijzonder te spreken over dit heuglijke feit. De jongste is wellicht bezig met een speciaal verjaardagslied denk ik nog, terwijl hun moeder ze bij hun roept. “Wacht even mama, ik ben nog met deze meneer aan het praten”, aldus de oudere  jongen. “Ik vond het erg gezellig roep ik hem toe. “Ik ook”, roept ie nog, met zijn broertje in zijn kielzog. Nog altijd brabbelend.

Relaxed
Terwijl ik verder werk, merk ik om me heen hoe druk het hier eigenlijk is. En hoe relaxed en tevreden mensen zijn. Zo’n tien senioren om me heen bladeren wat door de zaterdagkrant, waarbij ze niet schromen de opmerkelijkste nieuwtjes met elkaar te delen en van commentaar te voorzien. In de loungebanken voeren studenten een discussie over een studieopdracht. Achter me bespreken twee docenten het social media gedrag van studenten. Links naast me zit een student, bezig met Facebook… Jonge ouders met hun kinderen houden tegenover me een winkelbreak. En opmerkelijk veel mensen – jong en oud – zitten gewoon lekker aan een tafeltje met een kop koffie en een tijdschrift in hun hand.

Het leuke is dat een vriend van mij uit Den Haag – Jasper Voorma – jaren geleden samen met een vriend de eerste Coffeestar in Nederland opende in de bibliotheek van Leiden. Leek hem een goed idee om de functie van een koffiehuis te combineren met een bibliotheek. Een combinatie waar beide partijen van kunnen profiteren. Inmiddels is hij allang een andere weg ingeslagen maar voor mij staat deze ochtend overeind dat zowel hij als de directeur van Bibliotheek Hengelo het bij het rechte eind hebben: de combinatie blijkt ontzettend goed te werken. Ongedwongen is het hier zonder meer. En dat dit ook een plek is waar je andere mensen kunt ontmoeten, daar kan ik inmiddels ook zonder twijfel over meebrabbelen.

maart 14, 2014
door Stefan Wijnberg
1 reactie

Jij werkt toch bij de bibliotheek…

bibliotheekZo’n beetje iedere maand stappen we met z’n zessen in de auto voor een tripje naar de bibliotheek. Inzet: een tas vol prentenboeken voor onze jongste drie en een minstens zo volle tas jeugdboeken voor de oudste. Zo ook deze zaterdag. Rond 10.00 uur stappen we richting het statige gebouw in het centrum van de metropool Nijverdal, dat naast de bibliotheek uit een theater en een gemeentehuis bestaat. Hoewel ik al niet langzaam loop, is het tempo van mijn vrouw van een compleet andere orde. Een soort wandelen als workout.

Dicht
Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij deze ochtend eerder dan ondergetekende constateert dat de bibliotheek nog dicht is. En drie keer raden wie dat gezien haar scherpe blik mijn kant op had moeten weten? Ok ik geef toe, als medewerker van de Rijnbrink Groep staan bibliotheken in mijn professionele bestaan nogal centraal. Hun openingstijden moet ik echter schuldig blijven.

Dienstweigeraar
Een uur later hebben we meer succes en stappen we vol frisse moed de bieb in. Horde 1 dient zich al snel aan: een zelfservice-unit die weigert onze boeken in te slikken. Mijn vrouw kijkt eens om zich heen en besluit al snel dat ik zowel verantwoordelijk ben voor de haperende apparatuur als het oplossen van het euvel. “Jij werkt toch bij een bibliotheek…” Gelukkig komt een medewerker van de bibliotheek al vlug aangesneld om de lopende band zijn naam weer eer aan te doen. Onze oudste zoon Niek (10) is inmiddels allang begonnen aan een zoektocht naar nieuwe boeken. Mijn vrouw en ik nemen de jongste drie een etage lager mee naar de prentenboeken. Verbaasd constateer ik dat vrouwlief meteen op de bank naast de boekjes gaat zitten. “Zoek jij de boekjes maar uit. Jij werkt toch bij een bibliotheek…” Zo’n bui dus. Na een kwartiertje heb ik met hulp van mijn 4-jarige dochter Elin 12 boekjes bij elkaar gescharreld en hoeven we alleen nog maar Niek op te pikken een etage hoger.

De klever
Hij blijkt helaas niet de enige jongen te zijn op zoek naar een stapel geschikte boeken. Er bevindt zich hier deze zaterdag ook een betweterige klever op de jeugdafdeling die elk – ik herhaal – elk woord en elke handeling van commentaar voorziet. Wanneer mijn dochtertje enthousiast roept: “He, een trap naar beneden”, zegt hij “Ja, want hij gaat niet naar boven.” En als ik haar wijs op hoeveel boeken er hier staan, komt hij tussenbeide om te melden dat we hier in een bibliotheek zijn. O en hij had ook alles al gelezen. Mijn zoon kijkt me inmiddels vragend aan en weet ook niet goed wat hij met deze jongen aanmoet. Gelukkig is de buit even later binnen en kunnen we de boeken inscannen en mee naar huis nemen. Ik zeg bewust kunnen, want uiteraard werkt de apparatuur voor het uitlenen deze ochtend ook niet mee. En natuurlijk weet mijn vrouw precies bij wie ze moet zijn om dit probleem op te lossen…

Terwijl ik hoopvol om me heen kijk naar hulp van een medewerker, merk ik tot mijn schrik dat de klever inmiddels ook weer naast ons staat. Wanneer hij ziet dat Niek meerdere boeken van de serie Elfenheuvel op zijn stapel heeft liggen, komt hij met zijn meest briljante advies van de dag. “Als je deze serie gaat lezen moet je beginnen met het eerste deel.” Ik kijk naar Niek, Hij kijkt naar mij. Ik hoor hem hardop denken. “Reageer jij hier maar op, jij werkt toch bij de bibliotheek…”

februari 19, 2014
door Stefan Wijnberg
2 reacties

Vragen uit het boekje

VriendenboekjeAl zolang ik me kan heugen vind ik het te gek om vragen te beantwoorden. Ik herinner me de amper leesbare stippellijntjes op slecht gekopieerde velletjes van de basisschool nog goed. Stippellijntjes waarop je vol enthousiasme je antwoorden op een verscheidenheid aan vragen mocht kliederen. Zeg maar vraagtekenen voor beginners.

Prikkel
Een vraagteken roept bij mij vrijwel altijd een uitroepteken op. Een niet te weerstane prikkel om op zoek te gaan naar een antwoord. Soms zijn het tamelijk grote vragen: Wat is werkelijkheid? Wat was er voor de oerknal (hoe ontstaat iets uit niets)? Wat is tijd? Vaak ook zijn de vragen een stuk minder complex, want laten we wel zijn. Het is zo nu en dan ook wel prettig om daadwerkelijk een antwoord te kunnen geven of vinden.

Algebra
Op de middelbare school heeft de voorliefde voor het vraagteken overigens wel een behoorlijke knauw gekregen. Oorzaak: wiskunde. Hoe fascinerend ik het vak ook vind, voor mij is het algebra. Ongrijpbaar. Dat ik na zes jaar ploeteren uiteindelijk toch nog een 7 eruit heb weten te persen (lang leve het afronden naar boven) spot met alle wetten van de kansberekening. Denk ik althans.

Vriendenboekjes
De afgelopen twee weken heb ik in mijn vierjarige dochter een nieuw vragenmaatje gevonden. Als nieuweling in haar klas komt ze vrijwel dagelijks vol trots terug met een vriendenboekje in haar rugzak, dat we dan samen ’s avonds onder handen nemen. Zelf vragen beantwoorden vind ik al te gek, zoveel mag duidelijk zijn. Vragen beantwoorden met een vierjarige echter…

Het begint al bij de eerste vraag die ik netjes voorlees. “Ik heet?” Verbazing over deze onbenullige vraag gaat al snel gepaard met een stel rollende ogen. “Dat weet je toch wel! Ik heet Elin”. Er klinkt nog net geen “duuhhhhh”.  My bad, my bad. Meteen maar door naar vraag 2 dan: “Mijn adres is?” Ik merk dat mijn dochter openlijk aan mijn verstandelijke vermogens begint te twijfelen. “Ik weet niet het adres. Ik woon gewoon hierzo. In dit huis.”  Zit je dan met je goede gedrag. Bij de vraag over haar favoriete kleur besluit mijn vrouw heel verstandig door de kamer te roepen. “Dat weet ik, dat is roze!” Doodzonde nummer 1 is zojuist gepleegd. Als een ware diva steekt dochterlief haar ongenoegen over deze schaamteloze inbreuk op haar shine-momentje niet onder stoelen of banken. Als ze na een minuutje stoom afblazen toch maar weer naast me aan tafel komt zitten staat haar besluit vast. Haar lievelingskleur is voortaan lichtroze…

Na de eerste lading vriendenboekjes merk ik dat mijn dochter net als ik moeite heeft met het maken van keuzes. Op de vraag wat ze leuk vindt klink namelijk meestal “alles, maar dat past niet in dit boekje” en bij het favoriete dier kiest ze iedere keer een ander soort. Over wat ze niet leuk vindt, is ze in ieder geval consequent uitgesproken: vlees. Een antwoord waar geen woord aan gelogen is.

Buurman
De leukste vraag in de vriendenboekjes is alleen steevast: “Later word ik?” Ik kan deze vraag niet zien zonder te denken aan een autoritje een paar weken geleden. We zijn net naar de Intertoys geweest om een rugtasje te kopen voor Elins naderende schoolcarrière. In zo’n typisch autogesprekje vraag ik haar tussen neus en lippen door of ze eigenlijk al weet wat ze later wil worden. In plaats van het verwachte “juf” vertelt ze plompverloren en met droge ogen dat ze graag “winkelman” wil worden. Niet veel later voegt ze er onbedoeld nog iets veel grappigers aan toe, als ze een van de buren op straat ziet lopen. “Of buurman.”

Ik moet bekennen dat de verleiding groot is om op het stippellijntje in het vriendenboekje buurman in te vullen. Maar ja, wanneer je een vriendenboekje teruggeeft, wil de gemiddelde kleuter vaak meteen weten van papa of mama wat er in hun boekje staat geschreven. Ik zie de vragende oogjes al voor me. En probeer dan maar eens een goed antwoord te geven…

 

januari 30, 2014
door Stefan Wijnberg
2 reacties

Dubbel dubbel feestje

Elin_vierkantKen je dat gevoel dat de tijd een loopje met je neemt?  Dat je denkt dat je er zeeën van hebt, terwijl het in de praktijk eerder een emmer is? Een badkuip hooguit. Vandaag is mijn oudste dochter Elin vier geworden en het gevolg ervan dringt nu pas tot me door. Op de ochtenden dat ik thuis ben gaat zij met ingang van morgen naar school. Zij kan niet wachten en vindt het gelukkig geweldig. Ik vind het voor haar geweldig maar vrees de stilte die ze achterlaat.

Drie ochtenden thuis
Ik verkeer in de luxe positie dat ik naast mijn fulltime baan maar liefst drie ochtenden in de week bij mijn kinderen kan zijn. En tegen iedereen bij wie nu de term ‘papadagen’  of erger nog  ‘oppasdagen’ komt bovendrijven wil ik het graag bij drie woorden laten: nee, nee, nee! Desalniettemin realiseer ik me hoe bijzonder het is dat ik zoveel tijd buiten de weekenden om met mijn kinderen kan doorbrengen. Naast de verplichte nummers –  slaapjes, drankjes, hapjes en luiers –  voert samen spelen de boventoon tijdens deze ochtenden. Hoewel mijn vrouw hier naar eigen zeggen blij mee is, staat het gevolg van al dit spelen iets minder hoog op haar dingen-die-ik-leuk-vind-lijstje. Meestal komt ze ’s ochtends terug in een post-apocalyptisch speelgoed slagveld aangezien ik vaak net iets te laat begin met opruimen. Mea culpa, tijd inschatten en opruimen zijn niet bepaald mijn sterkste eigenschappen.

De vinger van Elin… 
Drie van mijn vier kinderen brengen hun dagen tot en met vandaag schoolloos door. Elin is hiervan niet alleen de oudste maar ook het kind met de meeste sterallures. Als een ware diva, voortdurend wijzend met haar rechter wijsvingertje, bepaalt ze wat haar kleine broertje en zusje (en stiekem ook haar 10-jarige grote broer) geacht worden te doen. Het is dat mijn kinderen geen voorwerpen zijn, want anders zou je kunnen stellen dat Elin telekinetische krachten bezit.

Ze windt mij overigens ook moeiteloos om haar vinger. Dan komt ze naar me toe geslopen met een twinkeling in haar ogen. Haar zin begint dan standaard met een mierzoet ‘papaaaaaaaaaa?’, waarbij de a organisch overgaat in een vraagteken. Voor het dramatische effect maakt ze zich dan nog wat kleiner, giechelt erbij en stelt met een vuistje voor haar mond een vraag. Voelt doorgaans meer als een offer i can’t refuse. Meestal ben ik al voor de bijl gegaan na het papa-gedeelte.  Zit ik dus weer met mijn goede gedrag achter een Hello Kitty puzzel of kopjes thee te drinken in haar roze keukentje. Dit charmeoffensief zet ze ook schaamteloos in bij het verdelen van de snoepbuit. Charme, plus een slinkse onderhandelingsstrategie. Waar onze oudste zoon voorzichtig vraagt of hij misschien een koekje mag pakken, zet Elin steevast hoog in en vraagt er meteen maar vijf. Om er uiteindelijk twee uit te onderhandelen.  

Ballonnen
Hoewel Elin vandaag jarig  is, hebben we haar feestje samen met die van haar zusje Ise afgelopen weekend gevierd. Niet alleen dubbel vanwege de hoeveelheid jarigen, maar voor mij ook heel dubbel omdat ik me realiseer dat dit de laatste week is waarin Elin ’s ochtends thuis is. Een gedachte die mij de complete nacht van vrijdag op zaterdag bezighoudt. Een lange nacht, aangezien ik eens even flink wil uitpakken voor beide dames en besluit meer dan 100 ballonnen op te hangen. Na een flink aantal uurtjes zwoegen kan ik om iets na 5 uur ’s nachts de volgende tweet de deur uit slingeren.

Niet veel later stap ik mijn bed weer uit om Elin mee naar beneden te nemen. Inmiddels heeft ze bij mijn vrouw al weten los te peuteren dat er beneden nogal wat ballonnen hangen. Vindt ze uiteraard leuk. Echter, het feit dat er ook blauwe ballonnen tussen hangen levert al vlug een aantal strafpunten op. “Blauw is voor jommetjes”, aldus Elin resoluut. Wanneer ik de deur beneden opendoe is haar reactie in eerste instantie gelukkig een stuk enthousiaster. Tot ze de hoek omkomt en me vraagt waarom er geen ballonnen in de keuken hangen…

Missen
Ik houd van haar nuchtere, goudeerlijke kijk op dingen. Een van de dingen die ik zeker weten ga missen. Dat ze straks niet meer ’s ochtends thuis is, houdt haar gelukkig een stuk minder bezig dan mij. Elin heeft vooral erg veel zin om naar school te gaan. Is er al maandenlang mee bezig. Zij is niet bezig met afsluiten, zij begint vooral aan iets nieuws.
Terwijl ik gisteren met tranen in mijn ogen voor het laatst doordeweeks samen met haar de eendjes voer, vraagt zij enthousiast hoeveel nachtjes ze nog moet slapen voordat ze weer naar school mag. Weer, aangezien ze nu inmiddels twee dagen heeft mogen oefenen tijdens zogeheten wenochtenden.

Conclusie: school is geweldig! En voortaan zingen we alleen nog in huis de liedjes die juf Tineke ook zingt. Haar enthousiasme maakt me blij. Haar geluk is mijn geluk.

Vandaag is mijn meisje 4 geworden. Helemaal klaar voor de volgende fase in haar leven. En hoewel ik weet dat ik haar morgen met mijn ziel onder de arm naar school breng, ben ik ervan overtuigd dat ik uiteindelijk ook klaar ben voor diezelfde volgende fase in haar leven. Heb er alleen wel meer dan twee wenochtenden voor nodig.