Papa pent…

Jonge vader van vier kinderen over de leukste rol van zijn leven

Stefan Wijnberg

december 8, 2016
door Stefan Wijnberg
Reacties uitgeschakeld voor Hoge nood…

Hoge nood…

stickerkaartHet consultatiebureau. Toegegeven, voorafgaande aan mijn laatste bezoekje was het al niet mijn favoriete bestemming. Ik ervaar het op een of andere manier toch altijd net iets meer als een Inquisitiebureau dan een plek waar ik advies krijg over de gezondheid van mijn kinderen.

Dat wetende, kun je mijn huivering voorstellen als ik een week of 5 geleden met mijn jongste telg Ise (bijna 4 jaar) het hol van de leeuw betreed, terwijl ik weet dat ze nog een luier om heeft. Dan sta je dus al op voorhand met 1-0 achter. En natuurlijk krijgt de GGD’er die vandaag het oordeel mag vellen assistentie van een stagiaire. Bedankt universum: 2-0 voor jou. Deze wedstrijd is verloren voor die gespeeld is.

Oefenen?

Hoewel het de bedoeling is dat Ise vandaag een inenting en ogentest krijgt, blijken deze twee handelingen toch al snel een bijzaak in de grote Luiershow. Ik kan me niet herinneren dat ik zo lang achter elkaar gepraat heb over het onderwerp zindelijkheid. Of we wel genoeg oefenen? Tja, dat kun je wel zeggen. Sterker nog, ik denk dat we de afgelopen jaren het gezegde oefening baart kunst wetenschappelijk hebben weten te ontkrachten. Oefening heeft bij ons vooral erg veel frustratie gebaard. En bij Ise hooguit de kunst om zo lang mogelijk op een wc te zitten zonder resultaat.
Ook het beloningssysteem met stickers, snoep en cadeautjes heeft tot op dat moment nog bijzonder weinig succes opgeleverd. Complicerende factor: Ise is in tegenstelling tot onze andere drie kinderen helemaal nergens vies van. Sterker nog, smeren heeft ze juist weer wel tot kunst verheven. Geef haar een taartje en gegarandeerd dat haar neus als eerste de slagroom raakt. Waar de andere kinderen met een ruime boog om een plas (een regenplas he…) heenlopen, banjert zij er recht doorheen. En waar de rest in het verleden bij een plasongelukje in een voorstadium van totale paniek verkeerden, vindt Ise het niet meer dan een hinderlijke onderbreking van waar ze dan ook maar mee bezig is.

9 december, D-day 

De kritische vragen en blikken van de opvoedgestapo zijn één ding, het daadwerkelijke probleem dient zich 5 weken later (lees: morgen) pas aan: dan mag Ise voor het eerst naar school en is de luier definitief geen optie meer. Daarom zijn we de afgelopen weken als een stel idioten aan de slag gegaan om onze notoire wc-weigeraar alsnog naar een luierloos bestaan te loodsen.  Met frisse moed dus maar weer een stickerkaart in elkaar geflanst. En wonder boven wonder lijkt deze schaamteloze omkooptechniek deze keer nog aan te slaan ook. Sterker nog, het werkt wellicht zelfs iets te goed. Versie 1 van de stickerkaart bestond uit 5 rijen met steeds 5 vlakjes. Iedere rij vol is iets lekkers, de hele kaart vol een cadeau. Binnen drie dagen stond ik bij de Intertoys te koekeloeren, aangezien werkelijk iedere druppel in haar optiek een sticker waard is.  Om een  faillissement te voorkomen hebben we de kaart inmiddels maar wat groter gemaakt.

Dat wij die stickerkaart omarmen mag duidelijk zijn. Ises adoratie gaat nog een paar stappen verder, zo bleek dit weekend toen ze met hoge nood door de kamer stond te drentelen. Op de vraag waarom ze deze keer niet vertelde dat ze naar de wc moest, verscheen er prompt een vernietigende blik, een wijzend vingertje en sprak ze de nu al legendarische woorden. “De kaart is vol, man!”

Fijne eerste schooldag 🙂

april 6, 2016
door Stefan Wijnberg
Reacties uitgeschakeld voor Stresstest

Stresstest

Je kent ze vast wel, die Amerikaanse films waar het gezinnetje vrolijk aan de ontbijttafel zit met een collectieve lach van oor tot oor. Mama schenkt nog even lekker een kopje koffie in, terwijl papa een krantje openslaat en de kinderen in alle rust hun beschuitjes naar binnen werken. Star Wars schetst nog een realistischer beeld van mijn werkelijkheid. Woensdag is mijn vrije dag – lees: de dag dat ik niet voor een geldelijke vergoeding arbeid verricht – en rust op mij de immer interessante taak om vier kinderen op tijd op school te krijgen. Wat in theorie een vrij eenvoudige handeling is – per slot van rekening is de school hemelsbreed zo’n 500 meter van ons huis verwijderd – resulteert vrijwel wekelijks in een absurde race tegen de klok. Inmiddels ben ik er na al die jaren uit dat er nog maar 1 verklaring mogelijk is: er is sprake van gecoördineerde sabotage, strategisch uitgevoerd door de jongste leden van dit gezinnetje.

Neem vanochtend: ik heb nog geen 5 tel mijn ogen open, of ik hoor gejammer uit de kamer naast ons. Sten (4) besluit twee dingen: 1, het is wat hem betreft een prima tijd om naar beneden te gaan en 2, als ik de illusie had dat zijn benen hier zelf een bijdrage aan gaan leveren, dan heb ik dat mooi mis. Ok, dat wordt dus tillen. Terwijl ik hem in de ene arm vast heb, ziet Ise (3) haar kans schoon om arm nummer twee te vullen met een stel knuffels die per direct mee naar beneden moeten. Als een volleerde pakezel kom ik beneden aan waar ik voor de 628e keer in mijn leven geconfronteerd wordt met het mysterie van ontbrekende sokken. Zo’n dag dus. Onwillekeurig kijk ik in de richting van de hond, alsof hij de sokken van zowel Elin (6) als Sten heeft opgevreten. Had ik dus ook niet moeten doen, want de hond vertaalt de blik meteen in een uitnodiging om eens een lekker ochtendwandelingetje te maken. “De hond moet wachten, je haalt het nooit.”  Het is alsof mijn vrouw mijn gedachten kan lezen als ze de woorden uitspreekt. Ik kan haar met een schuine blik op de klok niks anders dan gelijk geven. Zeker als ze me in de volgende zin vraagt of Niek (12) wel zeker weet dat zijn eerste uur vandaag uitvalt. Terwijl vrouwlief nogmaals benadrukt dat ik te laat ga komen en naar haar werk vertrekt, houdt Niek zich boven volledig aan het script door mij in een monoloog van afgerond een kwartier te vertellen dat hij toch echt zeker weet dat hij pas het tweede uur hoeft te beginnen.

Eenmaal beneden klinken de woorden van mijn vrouw van zo-even profetischer dan ooit. Hoewel Elin prima in staat is om zelf haar kleren aan te trekken, is dit klaarblijkelijk niet de dag om iets met dat talent te doen. Tijd en zin om in discussie te gaan ontbreken dus besluit ik maar te hulp te schieten. Ik heb haar trui nog maar net in mijn handen of een onheilspellend ‘Oh, oh’ stijgt op uit het toilet. De cursus creatief plassen is klaarblijkelijk niet wat Sten – en ondergetekende – er van verwacht hadden getuige de druppels op de vloer. Gelukkig valt de schade nog mee en kan ik hem met het beter lap- en poetswerk weer schoon krijgen. Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat ik straks op een totaal verlaten schoolplein aankom. Een idee dat nog eens versterkt wordt door Ise die uiteraard haar linkervoet weer eens in de rechter laars parkeert en Sten die per se zelf zijn schoenen aan wil trekken.

Compleet in de stress kom ik na een indrukwekkende sprint even later dus daadwerkelijk aan op een verlaten schoolplein. Schuldbewust stap ik met de kinderen naar binnen waar ik al snel merk dat er hier toch iets niet helemaal in de haak is. Niet alleen blijken we op tijd op school, we zijn zelfs tot ongenoegen van Elins juf te vroeg. Ik snap er echt niks van. De enige verklaring die ik kan bedenken is dat mijn vrouw zich heeft bezig gehouden met contra sabotage door de klok tien minuten vooruit te zetten. The Force is strong in die vrouw.  Stresstest deze week hoe dan ook wonderwel geslaagd. Ik kijk nu al uit naar volgende week.

maart 13, 2016
door Stefan Wijnberg
Reacties uitgeschakeld voor Ziekenhuisperikelen

Ziekenhuisperikelen

IseHet hele idee dat een gewaarschuwd mens voor twee telt, kan wat mij betreft de prullenbak in. Ondanks ontelbare waarschuwingen van ondergetekende stuitert jongste dochter Ise (3) twee weken geleden plompverloren van haar stoel. En hoewel de schade aanvankelijk mee lijkt te vallen, is een telefoontje naar de spoedeisende hulp een half uur later onvermijdelijk. Met een zwaar versufte dochter rijd ik in lichte staat van paniek richting het ziekenhuis in Almelo. Daar aangekomen wordt al snel de diagnose hersenschudding gesteld. Ise wordt opgenomen en moet een nacht ter observatie overnachten in het ziekenhuis omdat ze het niet vertrouwen. Gelukkig kan ik al die tijd bij haar blijven. Wat meteen tot een vrij praktisch probleem leidt: hoe krijg ik mijn vrouw en andere kinderen in het ziekenhuis nu ik onze gezinsauto heb meegenomen? De uitdaging is dus om mijn dochter in een totaal vreemde omgeving in slaap te krijgen en vervolgens naar huis en weer terug te rijden voordat ze haar ogen opent. Gelukkig valt ze al snel in slaap en slaagt de missie wonder boven wonder om een goed half uur later weer met het complete gezin naast haar bedje te staan.

Honger en zoute sticks
Als ze rond zes uur wakker wordt, blijkt Ise enorme honger te hebben. Natuurlijk heeft mijn vrouw -Marieke – aan alles gedacht en een hele tas aan eten meegenomen. Bovendien komt de verpleging niet veel later langs met een enorm bord pasta. Ondanks de onvermijdelijke vreemde groene stukjes gaat het goedje er wonderwel goed in. Alleen toen kwam Ise er achter dat er ook zoute sticks in de tas zitten. En vanaf dat moment keert het universum zich volledig tegen me. Ise wil met het vooruitzicht op zoute sticks natuurlijk geen hap pasta meer eten. “Neem jij anders de rest van die pasta, Steef. Anders is het ook zo zonde”, aldus Marieke. Nu moet je weten dat ik absoluut niks geef om eten en het mij ook niks uitmaakt dat je in een ziekenhuis als ouder van het patiëntje zelf voor je eten moet zorgen. Maar natuurlijk heb ik net een hap pasta in mijn mond als de deur openzwaait en de zuster binnenkomt met een menukaart voor de volgende dag. “Voor de patiënt”, zegt ze er veelbetekenend bij. Ik veeg de pastasaus nog tevergeefs uit mijn mondhoeken om er in ieder geval niet letterlijk al te gekleurd op te staan. Uiteraard is het patiëntje in kwestie op dat moment vrolijk bezig een halve zak zoute sticks op te eten, terwijl ondergetekende alleen maar wil zeggen “Dit is echt niet wat je denkt.”

Hoe oud wat je ook alweer? 
In het volgende frame verschijnt een andere zuster op het toneel om een casual gesprekje met mijn kinderen aan te gaan.  “En jij bent dus al elf jaar?” zegt ze tegen mijn oudste zoon. Klaarblijkelijk had ik haar eerder die middag verteld dat Niek 11 is, terwijl hij 12 is. Wederom een veelbetekenende blik in mijn richting. Papa staat er weer lekker op bij team verpleging.  Als de rest van ons gezin weer huiswaarts keert, blijf ik alleen met Ise achter. Het is inmiddels bijna acht uur en natuurlijk wil Ise nog niet slapen. Ik besluit haar nog even naar een filmpje te laten kijken op de iPad die naast haar bed hangt. Dezelfde zuster van het leeftijdfiasco komt binnen om het teentje van Ise via een draadje te verbinden aan de monitor. De afwijzende blik op de klok en het subtiele ‘heeft ze haar pyjama nog niet aan?”, maken het “papa is lekker bezig” – plaatje natuurlijk helemaal compleet.  Als ik een kwartier later het licht uitdoe, blijkt Ise volledig in het complot te zitten omdat ze categorisch weigert te gaan slapen. Wellicht dat het achteraf toch niet zo’n goed idee was om een brandweerauto in haar bed achter te laten die ze diezelfde middag mee mocht nemen vanuit de wachtruimte. Iedere keer als ik denk dat ze dan eindelijk in slaap valt, hoor ik weer het geluid van een handje dat op een van de 148 knopjes op die auto loopt te rammen. Nu hoor ik je denken, pak die auto dan af. Maar trust me, dan zouden we binnen no-time zijn verplaatst naar een geluidsdichte isoleerkamer van het ziekenhuis.

Hartverzakking
Om een uur of 10! is het dan eindelijk zo ver en valt Ise in een diepe slaap. Nu heeft de verpleging me aangekondigd dat ze om half 2 langskomen om te checken of alles nog steeds goed gaat met Ise. Ik ben een echt nachtmens en lig normaliter niet voor half 1 in bed. Het hele idee dat ik net half slaap en er een wildvreemde in mijn kamer staat spreekt me met dank aan net iets te veel horrorfilms niet echt aan. Ik besluit daarom maar domweg te wachten en de tijd te doden met een boek en mijn tablet. Om half 2 zwaait de deur open en krijgt de zuster van dienst zowat een hartverzakking als ze mij ziet zitten. “O, kunt u de slaap niet vatten?”, zegt ze als ze van de schrik is bekomen. “Uh, ik had eigenlijk nog niet eens een poging gewaagd’, zeg ik terwijl ik meteen realiseer dat team verpleging weer een extra streepje achter mijn persoontje zet op de rariteitenkalender. Ik speel hier vandaag een verloren wedstrijd.

De volgende dag spendeer ik de hele dag op de kamer van Ise terwijl er af en toe een dokter of zuster verschijnt om een onderzoekje bij Ise af te nemen. In de tussenliggende tijd is het vooral veel wachten en spelen. Ondanks de nare aanleiding is het vooral een heel bijzondere dag om zonder verdere afleiding van buitenaf zoveel tijd met je dochter door te brengen. De tijd lijkt deze dag dan ook volledig stil te staan. Totdat het verlossende woord komt en de zuster komt vertellen dat Ise weer naar huis mag. “Ik ben weer beter!” zegt ze ontroerend terwijl ze Marieke in de armen valt. Ise is gelukkig weer thuis. En die gekke rare vader van haar ook, hoor ik team verpleging denken…

maart 10, 2016
door Stefan Wijnberg
Reacties uitgeschakeld voor Zwemstress

Zwemstress

Elin zwemmen
Ok, het onderwerp zwemmen roept op z’n zachtst gezegd nogal ambivalente gevoelens op bij mijn dochter Elin (6). Waar ze in het weekend met veel plezier samen met mij het water induikt, ziet ze de wekelijkse zwemles op dinsdag voooral als de koude, natte, hel op aarde.

Niet eens op maandagavond, maar al op zondagavond voltrekt zich hier wekelijks een emotioneel drama omdat ze simpelweg niet wil. In dat licht bezien kun je voorstellen dat hier meerdere vlaggen uitgingen toe we we deze week hoorden dat ze mocht afzwemmen voor haar A-diploma.

Nu moet je weten dat mijn vrouw – Marieke – hier altijd de zwemlessen voor haar rekening neemt en ik dus tijdens het afzwemmen voor het eerst deelgenoot ben van Elins zwemlesstress. Het begint allemaal nog vrolijk, met muziek en dansende kinderen die richting het startblok marcheren. En ook bij de eerste sprong in het water is er nog niks aan de hand. Maar dan gaat de stroom kinderen voor het eerst onder water. Vanaf dat moment gaat alles deze middag bergafwaarts. Het huilende gezicht van Elin gaat meteen gepaard met een “O nee he, niet zo’n dag” van Marieke naast me. Aan het einde van het eerste baantje weigert Elin meteen dienst. Klaarblijkelijk vindt ze het hier al wel mooi geweest. Gelukkig weet de badmeester haar weer richting de andere kant van het bed te dirigeren waar een stel klappertandende kindertjes inmiddels ongeduldig staat te wachten. Van opdracht 2 wordt Elin ook al niet warm van binnen: het gat waar je doorheen moet zwemmen. Waar ze in het weekend vrolijk met mij door hetzelfde gat flippert, voel je de bui hier natuurlijk al hangen. Tot aan het startblok vindt ze vandaag ver zat. Ook hier krijgt ze na veel aansporingen alsnog de geest en besluit ze dat drie minuten wachten genoeg is. Inmiddels merk ik dat Marieke zich dusdanig begint op te vreten dat het het me op dat moment niet zou verbazen als ze met kleren aan het bad induikt om Elin deelgenoot te maken van haar gevoelens. De volgende oefeningen blijken steeds hetzelfde patroon op te leveren: opdracht badmeester, weigerende Elin, huilende Elin, aansporende badmeester, met tegenzin zwemmende Elin, gestressde ouders van Elin. Gelukkig houdt de rest van onze kinderen zich deze middag gedeisd, met dank aan een kleine kilo zoute sticks die mijn wederhelft de kleintjes toeschuift.
En nog fijner is het dat ondanks de notoire weigeringen van Elin deze dag,ze een half uur later toch echt zo trots als een pauw met haar diploma in haar handen staat. Kunnen we dit weekend gelukkig weer samen voor de lol zwemmen…

december 9, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

Schoenterroristen

Als je met vier kinderen naar het dorp gaat om schoenen te passen, speel je natuurlijk op voorhand al een verloren wedstrijd. Ik had het moeten weten. Toch stap ik deze zaterdagmiddag aanvankelijk monter de schoenenzaak binnen met in mijn kielzog mijn vrouw en de kinderschare. Een snelle blik door de zaak voorspelt alvast niet veel goeds. Er zijn meer mensen op het idee gekomen dat dit dé dag is om eens lekker een paar verse stappers te scoren. Aangezien we voorlopig nog lang niet aan de beurt zijn, besluiten we alvast snel zelf wat voetjes op te meten met de aanwezige apparatuur. Op papier lijkt het een geweldig plan, maar laten we eerlijk zijn: wie gebruikt er tegenwoordig nog papier? Na enkele faliekant mislukte pogingen de jongste kinderen (1 en 3) rechtop op hun sokken op dat device te parkeren worden de contouren van het naderende fiasco al enigszins duidelijk.

Gelukkig verschijnt er na 10 minuten alsnog een verkoopster op het toneel. Vooropgesteld: als er deze dag een prijs uitgedeeld mag worden voor de meest vriendelijke verkoopster van de dag zou dit meisje zonder enige vorm van twijfel winnen. Behulpzaam, aardig en lief voor de kinderen. Ze is het allemaal. Het probleem is alleen dat ze vandaag een geheel eigen draai geeft aan het concept ‘tijd nemen voor de klant.’ In het geval van shoppen met vier kinderen kent gezelligheid namelijk wel degelijk tijd. Een half uur is al de goden verzoeken, laat staan dat je anderhalf uur na binnenkomst nog steeds tussen de schoenen staat te koekeloeren. Ik hoef niet te zeggen waar de moed je op dat moment inzakt…

Ze begint overigens nog flitsend met klant numero 1, ons zoontje Sten van 3 lentes jong. Snel even de maat opmeten en meteen maar een schoentje passen dat ons wel leuk lijkt voor die jongen. Schijn bedriegt. Terwijl de verkoopster wikt en weegt wat ze nu toch eigenlijk van het resultaat vindt, besluit ik dat dit wel een goed moment is om een enorme blunder te begaan: dochter Ise uit de buggy halen en loslaten in de winkel. Het repeterende ‘Uit, uit, uit!” begon dusdanig op mijn irritatiespier te werken dat het op het moment de enige optie leek. Mea culpa.

De pasverworven vrijheid is voor Ise meteen aanleiding om kris-kras met haar grote zus Elin (4) door de zaak te racen. Hulp van mijn oudste zoon Niek (11) hoef ik deze middag klaarblijkelijk niet te verwachten, omdat hij het verblijf in de schoenenwinkel heeft aangegrepen een carrière in de turnwereld te beginnen. Het moet gezegd worden, lenig is ie wel…

Terwijl ik als een volleerd politieagent de schoenterroristen nog enigszins in het gareel probeer te krijgen, trekt de verkoopster inmiddels alweer het zesde schoentje om Stens voetje. Inmiddels ben ik al bereid om met klompjes of laarsjes de zaak te verlaten. Alles, als we hier maar weg kunnen. Als na een uur dan eindelijk het perfecte schoentje voor Sten is gevonden, lijkt deze hel op aarde ten einde. Totdat mijn vrouw de onvermijdelijke woorden uitspreekt: “Zullen we de voeten van Ise ook nog even opmeten?” Mijn ‘ja’ heeft waarschijnlijk in tijden niet zo ‘nee’ geklonken. In hetzelfde hemeltergende tempo begint de hernieuwde zoektocht naar schoenen voor de jongste van het stel die eigenlijk veel liever door wil gaan met waar ze nu al een uur mee bezig is: papaatje pesten…

Sten neemt de rol van Ise echter moeiteloos over en betrekt met speels gemak de buggy in het spel, dat zonder ingrijpen van ondergetekende zou uitlopen op een soort van enkelbotsen voor gevorderden. Gelukkig is mijn vrouw inmiddels ook de waanzin nabij en weet ze de laatste pogingen van de verkoopster om ons nog langer dan anderhalf uur in de winkel te houden ternauwernood af te wenden. We verlaten in omgekeerde volgorde het pand, met achterop een afgepeigerde papa. Eén woord kan ik voorlopig echt niet meer horen, maar probeer daar maar eens mee weg te komen in deze tijd van het jaar. Alsof ze het ruiken besluiten de kindertjes papa deze middag de genadeklap toe te brengen. “Mogen we vanavond onze schoentjes zetten papa?”

augustus 27, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

Tuinieren voor beginners

ONKRUID
Laat ik het maar meteen toegeven: tuinieren is niet aan mij besteed. Het hele idee dat onkruid niet vergaat zou toch al genoeg moeten zeggen? Kansloos gewoon hoe snel die ellende zich weer manifesteert in je tuin nadat je het uit de grond hebt getrokken. Om over het gras nog maar te zwijgen. Ik heb echt mijn best gedaan het matje in de voortuin om zeep te helpen, maar het lacht me gewoon recht in mijn gezicht uit. In plaats van te verdorren, brult het hier de grond uit. Gekscherend hebben we het hier wel eens over de korenwolf die zich hier naar alle waarschijnlijkheid verschanst in onze muur van gras.

Aangezien onze buren een superstrakke tuin hebben en onze jungle nogal afbreuk doet aan hun creatie, ontkomen we er niet aan zo nu en dan de boel wat aan te pakken. Zo ook vandaag op mijn vrije dag, net nadat ik mijn oudste twee kinderen naar school heb gebracht. Mijn jongste zoon Sten (2) vindt het in tegenstelling tot zijn vader geweldig om te werken in de tuin en zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Al snel sta ik met een lach op mijn gezicht het onkruid te elimineren, terwijl Sten keihard “Joooohhhh, nog een takkie in de bak papa” schreeuwt. Ise, mijn jongste dochter (1) bekijkt het tafereel tevreden vanuit de buggy.

Na ruim een uur begint de tuin er zowaar weer als een soort van tuin uit te zien. Weliswaar geen mooie tuin, maar laten we het toonbaar noemen. Terwijl ik het geheel voldaan bekijk, merk ik opeens dat er toch opmerkelijk minder geluid van Sten afkomt, die verderop aan de laatste stukjes onkruid lijkt te trekken. Lijkt, want als hij zich omdraait zie ik opeens dat hij bezig is de tuin op te eten. Terwijl zijn gezicht besmeurd is met een idiote hoeveelheid zand, malen zijn kiesjes vakkundig op hetzelfde zwarte goedje. Gezien het moeilijke gezicht dat hij erbij trekt, bevalt de smaak van zand hem niks. En ook dat akelig knarsende geluid kan hem – en mij – allesbehalve bekoren. Het doet me meteen weer denken aan het moment dat Sten nog een kleine baby was en onder het avondeten vanuit zijn schommelstoeltje aan een boeket bloemen begon te knagen. De bloemist hebben we hem hierdoor een tijdje genoemd… Ruim twee jaar later is de voorliefde voor plantaardig voedsel klaarblijkelijk nog niet gestild bij onze zandhapper. Word ik hier nu blij van dat hij zijn tanden in mijn voortuin zet? Mwha, uiteraard niet echt. Heb liever dat hij op een andere manier duidelijk maakt dat hij zijn reguliere prakkie niet te eten vindt. Anderzijds, zeiden ze niet dat zand de maag lekker schuurt? Ik zie vooral kansen voor de toekomst. De volgende keer als mijn tuin me weer recht in mijn gezicht uitlacht, zet ik gewoon Sten in de tuin. Wie het laatst lacht, lacht het best.

augustus 24, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

De keerzijde van regen

Efeteling - Sprookjesbos - The Netherlands.jpg
Efeteling – Sprookjesbos – The Netherlands“. Licentie Public domain via Wikimedia Commons.

Het blijft opmerkelijk hoe snel je na een vakantie weer in je werkroutine rolt, zelfs als die baan zelf eigenlijk nog kersvers is. De ene dag stuiter je met meer dan 100 kilometer per uur over de meest idiote bulten en bochten in een achtbaan, een week later zit je voor achten alweer te stuiteren van de koffie bij het uitoefenen van je baan. Nuanceverschilletje laten we het maar noemen.

Wij zijn op vakantiegebied echte dagjesklanten. Niks zo lekker om van dag tot dag te bekijken waar je naar toe wilt gaan. De afgelopen weken hebben we samen diverse pretparken en dierentuinen bezocht.

Absoluut hoogtepunt tijdens deze vakantie is een bezoek aan de Efteling op de laatste reguliere vakantiedag. Het weer voorspelt deze dag niet veel goeds. Anderzijds zijn dat natuurlijk de ideale omstandigheden om te kijken waar het schip strandt. Positief blijven mensen…Geheel tegen de verwachting en eerdere ervaringen in krijgen we het hele circus alhier op tijd in de kleren en bereiken we het park net nadat de deuren opengaan. Binnen 5 minuten staan we voor de eerste attractie: het toilet. Onze oudste dochter Elin (4) was ‘een klein beetje vergeten’ om thuis naar de wc te gaan en had op het laatste moment nogal hoge nood. Past natuurlijk perfect in het script voor deze dag: wachten tot je ergens terecht kunt, opbouwende spanning en hopen dat je het droog houdt.

Na deze op het nippertje geslaagde toiletoperatie betreden we het park waar we vier jaar geleden voor het laatst waren. Toen was het Niek die als een complete waanzinnige door het sprookjesbos rende, op de vlucht voor die net iets te levensechte sprookjesfiguren. Vandaag is het Sten (2) die het niet allemaal even pluis vindt in dat vermaledijde bos. Terwijl Elin haar ogen uitkijkt en geniet van alles wat ze ziet, merk ik dat Sten me steeds steviger vasthoudt wanneer we langs het eerste ‘levende’ figuur lopen: een ridder die tegen een boom leunt. Sten zegt nog niks maar zijn ogen verraden dat hij dit zaakje niet vertrouwt. Wanneer we de hoek omlopen en we een huis vol ronkende sprookjesfiguren uit Doornroosjes aantreffen is de koek voor Sten op: “Nee, ik wil die niet”, is het veelzeggende commentaar. Ok, daar sta je dan aan het begin van het Sprookjesbos. Gelukkig slaat de stemming – na een bijna dood ervaring bij Roodkapje qua suspense – naar positief om dankzij een stel Laven. Het simpele feit dat een van hen in staat is een deurtje zelf open te maken vindt Sten zo leuk, dat we tien minuten later nog steeds naar het tafereel staan te kijken. En als we vervolgens een soldaat met zijn sabel richting een prullenbak “Papier, daarrrrrr!” horen scanderen is Sten eruit: het Sprookjesbos is te gek.

Terwijl Elin van oor tot oor straalt, lijkt Nieks hernieuwde kennismaking met het Sprookjesbos eveneens te bevallen: “Dit heb ik de vorige keer allemaal niet gezien, want ik keek door een waas van tranen van angst”, aldus onze oudste mafkees.

Regen
Dat het soms verstandig is om weersvoorspellingen serieus te nemen, blijkt even later als we onder een paraplu zien hoe het Sprookjesbos blank komt te staan. Wat meteen opvalt is hoeveel volwassenen zelf onder een paraplu duiken, terwijl hun kinderen in de regen moeten lopen. Lekker bezig hoor…

Als we een kwartier later nog steeds onder de paraplu staan en het voorlopig ook niet op lijkt te houden, beginnen de kinderen al wat beteuterd te kijken. Het zal toch niet zo’n dag worden. Gelukkig blijkt de regen ook een geweldige keerzijde te hebben. Want net op het moment dat het weer droog wordt, komen we aan bij de Droomvlucht. Zonder wachtrij. Het blijkt een voorbode voor de rest van de dag, waarbij we dankzij de dreiging van regen (die gelukkig niet meer valt) bijna nergens hoeven te wachten en in ontzettend veel attracties kunnen. Het wordt een dag uit duizenden waarbij de enige tranen vallen aan het einde van attracties omdat Sten er niet uit wil. Een dag waarop Niek zich van zijn meest naïeve kant laat zien als een Efteling medewerker hem vertelt dat hij de achterste banden kan besturen van de oldtimers met de twee (nep) sturen achterin het karretje: halverwege de baan komt hij tot de conclusie dat het misschien toch niet waar is…  Een dag waarop mijn vrouw met Niek in het schommelschip, de Vogelrok en de Python klimt terwijl ze naar eigen zeggen ‘al misselijk wordt van de theekopjes’. Maar vooral een dag waarin we met elkaar eigenlijk alleen maar lol hebben.

Omdat we pas om 8 uur naar huis gaan en eerst nog een pitstop maken bij dat ene restaurant met die gele M is het al bijna elf uur als we thuis aankomen. Elin geniet nog steeds na en blijft maar zeggen hoe leuk ze het vindt dat ze op mag blijven en samen met Niek in de auto naar de sterren kan kijken. Sten heeft het inmiddels opgegeven en ligt heerlijk te slapen naast me in zijn stoel. Het is het einde van een geweldige dag die wat mij op een oneindige repeat zou mogen staan.

Als ik deze week een van mijn nieuwe collega’s spreek over de vakantie, beaamt ze hoe leuk ze de Efteling vindt. “Maar ik vind het wel heel erg duur hoor”, voegt ze er aan toe. Ik kan haar geen ongelijk geven. Toch zou ik dit soort dagen voor geen goud willen missen. De Efteling is niet duur, het is onbetaalbaar.

 

 

juli 31, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

Sushi, de rauwe werkelijkheid

sushi

De verwachtingen zijn hooggespannen als we het restaurant in het centrum van Hengelo binnenstappen. Een maand of drie geleden hebben mijn vrouw en ondergetekende hier – bij Kami Sushi – onze eerste hap sushi gegeten en sindsdien zijn we verkocht. Zo erg verkocht dat we hier bijna wekelijks zijn te vinden.

De onvoorwaardelijke liefde voor de stukjes opgerolde rauwe vis is onze zoon Niek niet ontgaan. Hij is dan ook op z’n zachtst gezegd door het dolle heen dat hij op deze vrijdagavond met zijn vader en moeder mee mag. Dat hij nu niet bepaald een positieve track record heeft op het gebied van eten mag de pret niet drukken. Die ouders van me zijn zo lyrisch, dit kan gewoon niet tegenvallen…

Bij binnenkomst zie je hem al voorzichtig naar links en rechts loeren. De zoektocht naar leeftijdsgenoten resulteert alvast in een lichte teleurstelling. Twintigers en dertigers zijn er hier in overvloed. Van tienjarige jongetjes zit er in het tot de nok toe gevulde restaurant deze avond welgeteld 1.  Met enige reservering werpt onze dappere alleseter even later een blik op de kaart. Je hoort hem gewoon afvragen waar de frikadellen staan, maar desalniettemin geeft hij op ons goedbedoelde advies zijn eerste bestelling visjes door.

Het leuke aan Niek is dat zijn gezicht hem  – net als bij mij overigens  – altijd verraadt. Wanneer hij zijn eerste hap in een stuk tonijn zet, zegt hij al snel dat hij het erg lekker vindt. Zijn ogen vertellen echter een heel ander verhaal. Een verhaal van protesterende smaakpapillen en latent vluchtgedrag. Sushi numero twee valt al helemaal in het verkeerde keelgat. Althans, daar weet hij maar ternauwernood te belanden… Na een paar keer kauwen blijkt dat Nieks eerste kennismaking met zeewier ook meteen zijn laatste is.  Mijn vrouw en ik kijken elkaar aan en vrezen hetzelfde: een stuk sushi dat een ongeplande terugreis maakt naar het bordje van Niek. Gelukkig weet hij zich met een uiterste inspanning te herpakken en verdwijnt de rauwe vis op de bedoelde plek. Het is meteen de laatste vis die de gang naar Nieks maag maakt deze avond dit decennium. Gelukkig hebben onze Japanse vrienden loempia op de kaart staan…

Inmiddels – twee weken later  – heeft het woord sushi een bijzondere uitwerking hier in huis. Waar het water bij mijn vrouw en ondergetekende spontaan in de mond loopt, krimpt een 10 jarig jongetje bij hetzelfde woord ineen. De gedachte aan zeewier alleen al roept bij hem associaties op van pure ellende. Eten is op zich al geen pretje in zijn beleving, sushi is simpelweg de hel op aarde. Welke idioot ooit heeft bedacht dat je vis niet hoeft te bakken en dat je zeewier gewoon kunt eten. Nee, Niek weet het na deze onvergetelijke ervaring zeker: wil je als tienjarige echt genieten van uit eten met je ouders dan hoort er op de parkeerplaats een levensgrote M te staan.

juli 10, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

Lopen als bijzaak

Elin
Ik geloof dat het nu vier weken geleden is dat ik mijn 4-jarige dochter aankijk en besluit dat we het toch maar moeten doen: meelopen met de Avondvierdaagse. Die beteuterde oogjes omdat bijna al haar klasgenootjes en haar grote broer Niek wel meelopen zijn voor mij genoeg reden om haar alsnog in te schrijven. Het is een rare week, waarin ik na zeven jaar afscheid neem van mijn collega’s van de Rijnbrink Groep en wel wat afleiding kan gebruiken. Een ideale week dus om op stap te gaan met mijn dochter. Terwijl mijn vrouw tien kilometer met Niek aflegt, staat er voor Elin en ondergetekende vijf kilometer op het programma. De waarschuwingen vooraf dat dit toch best wel ver is, worden door Elin vakkundig naar het land der fabelen verwezen. “Ik kan heel ver lopen hoor papa”, aldus de legendarische woorden van het kleine loopwonder.

Snoepreisje
Na pak ‘m beet een half uurtje lopen blijken haar woorden allesbehalve profetisch te zijn geweest. “Mijn beentjes zijn een beetje moe papa”, klinkt het vrij dramatisch uit haar mond. Ok, dit gaat leuk worden. Met een extreme inspanning – van mijn kant welteverstaan – weet ik haar te overtuigen van het feit dat we binnenkort vast een pauze krijgen.  Schoorvoetend gaat ze akkoord en kunnen we onze gezamenlijke slentertocht voortzetten. Vijf kilometer rondlopen met een paar honderd kleuters. Als je er goed over nadenkt is het hele concept vrij bizar. Maar tegelijkertijd ook echt ontzettend relaxed en gezellig. Tel erbij op dat de kinderen zich de hele weg vol kunnen proppen met snoepjes, koekjes en ijsjes en het gouden concept voor plezier is een feit. Het enige minpuntje dat Elin ervaart op zo’n Avondvierdaagse is het daadwerkelijke wandelen. Details, details. Een minuut of tien na haar eerste loophapering geeft ze het op en zoekt ze het hogerop. De rest van de tocht bevindt de jonge diva zich het grootste deel van de tijd in mijn armen. Het feit dat ze er echt zichtbaar veel plezier aan beleeft, maakt gelukkig een hoop goed tijdens deze looptocht met hindernissen.

Ijsprijs
Dat plezier beleeft overigens een absoluut hoogtepunt aan het einde van de rit als we moeten wachten op mijn vrouw en Niek en ik een ijsje voor haar haal. Ijs dat er waarschijnlijk debet aan is dat ze er de volgende dag toch op staat om gewoon weer mee te lopen.  De derde dag is echter een collectieve spijbeldag (omdat het Nederlands elftal dan zijn tweede wedstrijd op het WK speelt) en op de vierde dag zorgt een ingegroeide nagel bij ondergetekende voor een no-go.  Elin vindt het gelukkig niet erg wanneer ze gerustgesteld wordt dat ze ook zonder die laatste loopdag gewoon haar medaille krijgt. En een ijsje…

Dat de perceptie van dat kleine vierjarige meisje enigszins afwijkt van die van mij, wordt afgelopen weekend treffend geïllustreerd tijden eens wandeling met de hond van mijn ouders. Pak ‘m beet een uur lang lopen Elin, Niek en ik tevreden door het bos. “Wat knap dat je zo ver kan lopen”, zeg ik haar als we weer bijna thuis zijn. “Ja he, papa. Heb ik op de Avondvierdaagse geleerd…”

juni 2, 2014
door Stefan Wijnberg
Geen reacties

Georganiseerde tijdterreur

Guillemins Station 02.21 pmCreative Commons License Bert Kaufmann via Compfight

Als gelukkige vader van vier kinderen is het begrip ‘tijd’ in de verste verte niet meer te vergelijken met mijn kinderloze tijdperk. Soms heb ik het gevoel dat de tijd na iedere geboorte exponentieel sneller loopt. ‘Soms’ kun je vervangen door ‘altijd’ op schoolochtenden. Op die ochtenden kun je van tijd veel dingen zeggen, maar niet dat het mijn beste vriend is. Het gebrek eraan is dan vooral een constante bron van stress. Dit geldt overigens niet voor de kinderen zelf, die hebben eigenlijk nergens last van. Die verzinnen ’s ochtends de meest idiote dingen, alsof ze zeeën van diezelfde tijd hebben. Onze oudste zoon Niek (10) spant hierbij de kroon met een gevoel voor urgentie dat zich ergens bevindt op de snelweg tussen Utopia en Atlantis. Hij bedenkt rustig om vijf voor half negen dat hij nog een stapeltje huiswerk moet maken. Of hij begint aan een uitgebreide anekdote over zijn jongste belevenissen in de wereld van Minecraft terwijl je in de verte de schoolbel al kunt horen.

Militaire operatie
Jawel, want hoewel we op een steenworp afstand van school wonen, lijkt het verplaatsen van vier kinderen over diezelfde afstand nog het meest op een militaire operatie. Een militaire operatie waarbij het materieel in de vorm van schoenen, sokken, hemden, t-shirts, broeken en jassen vaak onvindbaar is en deze commandant vaker dan ‘m lief is te maken heeft met deserteurs. Georganiseerde misdaad zou je het ook kunnen noemen, aangezien de kleine raddraaiers ’s ochtends onder één hoedje lijken te spelen in het frustreren van mijn pogingen hen op tijd op school te krijgen.

Monoloog zonder einde
Niek speelt hierbij zijn natuurlijke rol van bliksemafleider door elke ochtend weer een nieuwe monoloog af te steken over de meest uiteenlopende onderwerpen. Twee dingen tegelijk doen is er bij hem niet bij, dus ik moet hem vaak halverwege zijn uiteenzetting over het ontstaan van het heelal, de hoeveelheid haren op zijn hoofd of de niet te winnen baan in Mario Kart aansporen de praatjes te bewaren voor ’s avonds en toch vooral zijn tanden te gaan poetsen. In zijn optiek gaat hij dat niet veel later dan ook ‘eventjes’ doen. Dit betekent dus in werkelijkheid dat hij pas een kwartier later weer op zijn dooie gemak naar beneden komt slenteren en de school dan dus al op het punt van beginnen staat. En ja, dan moet er dus nog gel in zijn haar en een stel lenzen in zijn ogen.

Het verschil tussen kunnen en willen
Mijn jongste dochter Ise (1) help ik in de tussentijd met haar fles, die ze geheel in stijl van de andere deserteurs in een tempo opdrinkt dat zelfs Niek zou typeren als langzaam. Aangezien ik mijn handen niet vrij heb, moet ik mijn oudste dochter Elin (4) dus aansporen alvast te beginnen met aankleden. Op schoolochtenden blijkt er echter een gapend gat te bestaan tussen kunnen en willen. Een zere duim, koude voeten, linksdraaiende luchtstromen, zonnevlammen, verzin het maar of ze gebruikt het om maar vooral niet zelf in actie te hoeven komen.

Spoorloze kledingstukken
Ook Sten (2) speelt zijn rol in het tijd-terroriseren van papa met verve. Zo vindt hij het nog steeds een geweldige truc om beide benen in dezelfde broekspijp te steken bij het aankleden. En de veters van zijn schoenen weer los te maken. En diezelfde schoenen weer uit te trekken. Een truc die inmiddels ook de jongste van het stel machtig is en die ze ook graag beide uithalen met hun jasjes. Als we die al terug kunnen vinden. Want op een of andere manier is er altijd een vitaal kledingdeel spoorloos verdwenen op het moment suprême. Kinderen aankleden lijkt bij ons ’s ochtends nog het meest op het leggen van een stugge puzzel waarvan er op het laatste moment altijd een stukje ontbreekt. Hoe vaak ik wel niet met een halve blik op de klok languit onder de bank heb gelegen op zoek naar een peutersok die er even geleden nog lag…

Sanitaire sabotage
En dan heb ik het nog niet eens gehad over de sanitaire sabotage. De jongste kinderen doen iedere ochtend hun stinkende best om precies op het laatste moment hun – laten we het beschaafd houden – ‘ding’ te doen. Luiers verschonen is toch al niet mijn hobby, laat staan luiers verschonen onder extreme tijdsdruk.

Tijdcomplot
Het mag echt een wonder heten dat ik uiteindelijk nog nooit te laat ben gekomen op school, aangezien het kinderkwartet er alles aan lijkt te doen om precies dat te bereiken. Gelukkig kon ik tot voor kort in ieder geval voor het eerste deel van het opstartritueel bogen op de onvoorwaardelijke steun van mijn vrouw. Kon, aangezien zij inmiddels ook in het tijdcomplot lijkt te zitten. Op een of andere onverklaarbare manier weet ze namelijk sinds kort zo’n beetje iedere ochtend ergens in huis een beest te lokaliseren. En natuurlijk mag dat beest geen moment langer  binnenshuis bivakkeren. Neem van mij aan, met de hoeveelheid tijd die ik ’s ochtends niet heb is het laatste wat ik ’s ochtends als eerste wil horen: “Steef, er zit hier een langpoot. Doe ‘m weg.”

Het probleem is dat de kinderen en mijn vrouw zo’n beetje elk beestje vies of eng vinden en ik ze liever niet permanent van deze aardkloot verwijder (voor een mug en een wesp maak ik overigens zonder probleem principiële uitzonderingen). Bij zo’n schattig verzoekje van mijn vrouw doemt bij mij dan ook al meteen het beeld op van Tom en Jerry waarbij ik als een volslagen idioot met een glas achter dat beest aan vang en hem niet alleen in leven moet houden, maar het liefst ook nog met alle pootjes eraan. Dat, en het beeld van de klok die maar doortikt. Gelukkig zijn de wonderen de wereld nog niet en en blijkt dit de eerste langpoot te zijn die zich niet zonder pauze als een hysterische kamikazepiloot voortbeweegt. In plaats daarvan zit ie rustig op de vloer en lijkt het alsof hij weet wat ik van plan ben. Zonder probleem kan ik het glas precies over het beestje neerzetten. Het universum lacht me weer toe. Het is precies dat soort momenten waar ik op schoolochtenden tijdens mijn niet-aflatende strijd tegen de klok hoop uit put. Dat, en de wetenschap dat de zomervakantie nadert.